content route bomen extra

Bomenroute 1 – Zwarte Tupeloboom of Nimfenboom of Nyssa sylvatica

Nyssa, een wonderlijke naam! Die naam komt van de Indiase stad Nysa, waar Bacchus (de Romeinse god van de wijn) door nimfen opgevoed zou zijn. Het betekent: “woonplaats van nimfen”. Eigenlijk waternimfen, want het geslacht Nyssa houdt van een vochtige, zo niet natte standplaats. Nimfen zijn halfgodinnen uit de Griekse mythologie en vaak zijn ze verbonden aan een bepaalde plant. De zwarte tupeloboom komt uit het oosten van de Verenigde Staten waar hij in grote aantallen in moerasbossen groeit. Zoals bij veel Amerikaanse bomen heeft de Nyssa daar een heel mooie herfstkleur, rood en oranje. In ons land valt dat soms tegen, de klimaatsomstandigheden zijn hier anders. De Nyssa loopt erg laat uit, pas eind mei staat hij in blad. De boom is te herkennen aan het blad dat glimt en gaafrandig is en aan de gekromde zijtakjes die een beetje op spijkers lijken.

De Amerikaanse naam voor het geslacht Nyssa is “Tupelo”, de naam voor deze bomen van de Creek-indianen.  En muziekliefhebbers kennen misschien  “Tupelo Honey”, een mooie elpee van Van Morrison.

Overigens groeit de Nyssa sylvatica ook goed op een wat drogere plaats. Deze boom hoeft echt niet in of naast het water te staan. Hij kan een meter of 20 , 25 hoog worden. Als boom is hij mooi, maar niet erg opvallend. Maar de mooie herfstkleur maakt de Nyssa wel tot een bijzonderheid! In ons land is het een zeldzame verschijning.

 

Bomenroute 2 – Amberboom of Liquidambar styraciflua

Ook een mooie boom uit de Verenigde Staten, met een naam die veel wordt gebruikt als dicteewoord in hoveniers- en tuinarchitectenopleidingen! De wetenschappelijke naam wil zoveel zeggen als “vloeibare gom”. De Nederlandse naam is amberboom. Amber is een stof uit de darmen van potvissen die veel gebruikt wordt in parfums. De vloeibare gom die uit de amberboom druppelt als de stam wordt verwond, werd door de Spaanse ontdekkers van de boom aangezien voor vloeibare amber. Maar het is dus iets heel anders!  Deze vloeibare gom heet styrax (zie de soortnaam!) en wordt gebruikt in onder andere parfums, en vroeger als balsemmiddel. Pluk eens een blaadje, wrijf het fijn tussen de vingers en ruik er eens aan. Niet verkeerd!

Deze boom zie je regelmatig in tuinen en in plantsoenen. Het blad lijkt op het blad van de esdoorn, maar de amberboom heeft kurklijsten aan de takken. En de bladeren van de esdoorn staan tegenover elkaar en die van de amberboom staan verspreid. Ook deze Amerikaanse soort heeft in zijn thuisland een prachtige herfstkleur, maar ook bij de amberboom is het maar afwachten hoe dat in Nederland uitpakt als je een gezaaide boom hebt.

 

Bomenroute 3 – Tulpenboom of Liriodendron tulipifera

Ook al een boom uit de Verenigde Staten, de tulpenboom geheten. De bloemen van de boom lijken wel wat op tulpen, vandaar de naam. Ze zijn groot en kleurrijk maar vallen niet eens heel erg op, omdat de buitenkant van de bloem groenachtig is. Binnenin is de bloem geel en oranje, met de vorm van een tulp. De bloemen verschijnen in juni. In Amerika wordt de tulpenboom door kolibries bestoven! Bij ons gebeurt dat door insecten, vooral bijen vliegen er graag op. Het is een mooie boom met een rechte stam die hoog kan worden. In ons land een meter of dertig. In Amerika wel tot zestig meter!  Het blad heeft een bijzondere vorm, er is geen andere boom met dergelijk blad. Kijk er maar eens goed naar. De top is er als het ware af gesneden!

Soms is er verwarring met de Magnolia die ook weleens tulpenboom wordt genoemd. De eigenlijke naam daarvan is echter beverboom. Om de verwarring nog groter te maken: de naam Liriodendron betekent in het Grieks zoveel als “lelieboom”.

De Liriodendron heeft een losse kroon met grove vertakking. In de winter kijk je er zo dwars doorheen. De herfstkleur is mooi botergeel dat soms overgaat in diepbruin. Aan de voorkant van de voormalige tuinbouwschool in Frederiksoord staat een mooie oude boom.

 

Bomenroute 4 – Kurkboom of Phellodendron

De Kurkboom is beslist een zeldzaamheid in ons land. Deze boom komt niet uit Amerika, maar uit Azië (Mantsjoerije). Maar, net als de andere bijzondere bomen, heeft ook deze boom heeft een mooie herfstkleur; geel ditmaal. Als de boom op leeftijd is, zijn de bast en ook de dikkere takken bedekt met een dikke, decoratieve kurklaag. De kurkboom wordt niet heel hoog (een meter of 15). De bloempluimen zijn in mei te zien, maar de bloem is groenachtig en valt daarom niet erg op. Na de bloei komen er zwarte bessen aan de boom die lang blijven zitten. Overigens alleen als er een mannelijke boom in de buurt staat; de kurkboom is tweehuizig! Er zijn dus vrouwelijke, en mannelijke bomen. Het blad en de bessen hebben een terpentijngeur. Ga maar eens een blad fijnwrijven. Lekker? Nou, niet voor iedereen. De bessen zijn niet eetbaar, maar ook niet giftig.

 

Bomenroute 5 – Hopbeuk of Ostrya

Een Europese boom ditmaal, de hopbeuk, en wel uit het zuiden van ons continent. Ze groeien veel in Turkije. De hopbeuk is alweer een boom met een mooie geel-oranje herfstkleur. Een meter of tien hoog worden ze wel. De boom is tweeslachtig: er hangen dus mannelijke en vrouwelijke bloemen aan elke boom. De mannelijke bloem is een katje; het is dan ook familie van de berk. De vrouwelijke bloem stelt niet zoveel voor, maar de bloem groeit na bestuiving wel uit tot mooie “hopbellen”. Daaraan dankt de boom dus zijn naam.  Het tweede deel van die naam heeft hij omdat het blad en de stam wel op die van een beuk (en eigenlijk meer op die van een haagbeuk) lijken.

De naam Ostrya komt uit het Grieks en betekent “boom met hard hout”. Dat hout wordt dan ook wel gebruikt voor het maken van gereedschap.

Hopbellen van de echte hopplant (foto Ben Stellink)

Hopbellen van de hopbeuk

 

Bomenroute 6 – Zwarte walnoot of Juglans nigra

Dit is de zwarte walnoot! Een familielid van onze eigen gewone walnoot (die ook wel okkernoot wordt genoemd). Deze boom komt ook al uit het oosten van de Verenigde Staten.  Het is een tweeslachtige boom met mannelijke en met vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen zijn katjes die vrij lang zijn; de vrouwelijke bloemen zijn wat kleiner. Ze verschijnen kort nadat het blad in het voorjaar aan de boom komt. De vruchten zitten meestal met twee of drie bij elkaar, en de wand van de vrucht heeft een zeepluchtje. De noten zijn prima te eten! De dop is wel wat harder dan die van de gewone walnoot.  Een ander verschil met de gewone walnoot: het blad van de zwarte noot is ook samengesteld maar heeft veel meer zijblaadjes die ook veel smaller zijn. Van beide noten is het merg “geladderd”: eigenlijk is de tak hol, maar het merg bestaat nog wel uit veel tussenschotjes zodat die holte in veel “kamertjes” is verdeeld. Dat zie je bijna nooit bij bomen als je een tak in de lengte doorsnijdt!  Deze boom heeft geen bijzonder mooie herfstkleur, als een van de weinige van de wandeling langs de bijzondere bomen.

Zwarte walnoten zijn zoals gezegd heel goed te eten (dat vinden eekhoorns trouwens ook), maar soms smaakt het bruine velletje van de noot wat bitter. Leg de noten dan eerst 30 seconden in kokend water en spoel ze dan af met koud water. Het velletje gaat er dan makkelijk vanaf. Wil je walnoten roosteren voor nog meer smaak, leg ze dan 10 minuten in een voorverwarmde oven op 165˚C. Pas op voor verbranden van de noten. In Amerika gebruikt men deze noten veel in schepijs.

De zwarte walnoot kan heel hoog en erg oud worden. Bij de Fraeylemaborg in Slochteren staat een grote zwarte walnoot van bijna 22 meter en met een stamomtrek van bijna 4,5 meter. Dat is bijna de grootste zwarte walnoot van ons land. De grootste staat bij Kasteel Wisch in Terborg. De schors van de zwarte noot is zwart, vandaar de naam. In Amerika wordt het hout gebruikt voor meubelen. Indianen kauwden vroeger op de bast om van kiespijn af te komen.

Zo ziet geladderd merg eruit.

 

Bomenroute 7 – Tamme kastanje of Castanea sativa

Eindelijk, de tamme kastanje! Wat staat die boom een eind weg van het paviljoen. Alleen de doorzetters kunnen hem bewonderen. Nou ja, zo’n zeldzame boom is het nou ook weer niet, in veel parken en plantsoenen staan er wel een stuk of wat.

Eigenlijk is de tamme kastanje een exoot uit Zuid-Europa, maar dan wel van lang geleden. Het verhaal gaat dat de Romeinen hem meenamen naar het Noorden om de legioenen van voedsel te voorzien. Maar het kunnen ook de Kelten zijn geweest, al een paar eeuwen eerder. En nu is de boom verwilderd, we vinden hem ook wel in onze bossen. ’s Winters kun je een dikke tamme kastanje goed herkennen aan de groeven in de schors. Die gaan niet recht naar boven, maar lopen wat gedraaid om de stam heen. Een beetje als een spiraal dus. De boom kan heel oud worden op een goede standplaats, wel 500 jaar. En er zijn verhalen over nog veel oudere bomen. De dikste eenstammige boom van ons land is een tamme kastanje. De stamomtrek van die boom op 1.30 m hoogte is maar liefst 850 cm! Hij staat in Beek-Ubbergen en is geplant omstreeks 1650. De vrucht heeft een schil met scherpe stekels erop; binnenin zitten meestal twee zaden waarvan de ene dik is en de andere kleiner en vaak hol. Die zaden zijn voedzaam. Je kunt er een zoete puree van maken om als broodbeleg te gebruiken (dat wordt in Frankrijk wel gedaan), of je kunt de gekookte zaden eten bij spruitjes of wild. En dan zijn er natuurlijk ook de gepofte kastanjes. Een recept, nou ja, recept?  Maak met een mes een kruis in de bovenkant van de kastanjes. Anders ploffen ze uit elkaar in de hete oven, wat natuurlijk ook wel eens leuk is..
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en leg de kastanjes 15 minuten in de oven tot ze openspringen. Of smelt in een pan wat boter, doe de kastanjes er in en laat ze, met de deksel op de pan, op niet te hoog vuur in circa 20 minuten poffen, schud ze af en toe om.

De tamme kastanje is ook een goede drachtplant voor bijen: de donkere honing blijft lang vloeibaar. Drachtplanten zijn planten waarop bijen nectar en stuifmeel kunnen verzamelen. Ook de houtkwaliteit van de boom is heel goed. Het hout is goed vochtbestendig door het hoge gehalte aan looizuur. Om die reden wordt het hout van de tamme kastanje vaak gebruikt om palen voor hekwerk te maken. De boom heeft dus heel veel nuttige eigenschappen.

 

Bomenroute 8 – Vleugelnoot of Pterocarya

Pterocarya, een lastige naam! De Nederlandse naam is makkelijker: vleugelnoot. Voor deze boom moet u een eind lopen, het is de allerlaatste in de rij. Daarom alleen voor de echte liefhebbers, deze vleugelnoot. Echt zeldzaam is deze boom niet. Vleugelnoten zijn regelmatig in parken en plantsoenen te vinden, meestal aan het water. Het is een boom die een heel brede kroon vormt. Wel een aparte boom, met heel lang samengesteld blad en knoppen zonder knopschubben (schubben om de knop heen): de knop staat als het ware “open”. Dat is wel bijzonder en leuk om even te bekijken als je erbij kunt komen. De vleugelnoot heeft (net als de walnoot, zie ook daar) geladderd merg in de takken. In de nazomer hangen de katjes vanuit de kroon naar beneden: echt heel lange van zo’n 50 cm! Elk zaad dat daaraan zit heeft ronde vleugels, en zo komt de boom aan zijn naam.

Deze boom komt uit Azië, en de soort die hier staat is de P. fraxinifolia die van nature groeit in de Kaukasus. Net als de walnoot heeft deze boom geen mooie herfstkleur.

 

Bomenroute 9 – Bitternoot of Carya

De bitternoot is een boom uit de Verenigde Staten. Hij heeft net als de meeste ‘ijstijdbomen’ in de Heemtuin een mooie herfstkleur, diepgoudgeel ditmaal. Het blad is samengesteld en meestal vijftallig. De grijze stam van de boom ziet er min of meer haveloos uit. Dat komt door zogenaamde bastplaten die van de stam afkrullen. Een meter of twintig hoog kunnen deze bomen worden.

Het is een boom die je bijna nergens ziet, een bijzonderheid.  De naam Carya  komt van de dochter van de Griekse koning Dion van Laconia, die Karya heette. Zij raakte verliefd op Dionysos, de Griekse god van de wijn (bij de Romeinen was dat Bacchus), maar haar twee jaloerse zussen verklapten dat aan haar vader. Dionysos werd zo woedend dat hij de beide zusjes in rotsen veranderde. Karya ging dood van verdriet en werd toen door hem in een walnotenboom veranderd. Tja…  De Carya is geen walnoot, maar een bitternoot. De boom hoort echter wel bij de familie van de walnootachtigen.

In Amerika worden deze bomen “hickory” genoemd. Voor de muziekliefhebbers: Gram Parsons heeft een mooi liedje gemaakt dat “Hickory Wind” heet. Een ode aan zijn thuisstaat Zuid-Carolina.

 

Bomenroute 10 – Japanse notenboom of Ginkgo biloba

Deze Japanse notenboom wordt weleens “levend fossiel” genoemd. Dat komt omdat de boom al pakweg honderd miljoen jaar (misschien al 300 miljoen jaar!) in deze vorm bestaat. De Ginkgofamilie is bijzonder omdat ze niet verwant zijn met andere bomen. Er is maar een soort en dat is deze hier. De Ginkgo staat wel dichtbij de coniferen maar het is geen conifeer. Wel horen beide bij de naaktzadigen, de plantenklasse met onbeschermd (“naakt”) zaad. Het woord Ginkgo komt van het Japanse woord “Ginkyo” en dat betekent zilveren abrikoos. En biloba betekent tweelobbig; kijk maar eens naar de vorm van het blad, die bladvorm is uniek!  Als je er trouwens goed naar kijkt kun je nog zien dat het blad bestaat uit samengegroeide naaldjes. Het is een mysterieuze boom waarvan wordt gezegd dat hij een geneeskrachtige werking op veel ziektes heeft.

Die abrikoos slaat op de vrucht van de Ginkgo die daar op lijkt; en dan vooral het zachte velletje. Overigens heeft de rijpe vrucht door dat buitenste vruchtomhulsel wel een smerig luchtje. De noot is trouwens wel eetbaar. Als de boom in je eigen tuin geen vrucht draagt kan het zijn dat de boom nog te jong is maar waarschijnlijker is dat het een mannelijke boom is. De Ginkgo is tweehuizig: er zijn vrouwelijke en mannelijke bomen. Je ziet ze regelmatig (meestal mannelijke bomen omdat die geen vrucht dragen), en omdat ze niet zo snel groot worden staan ze ook wel in tuinen. De oudste Ginkgo van ons land staat in de Hortus van Utrecht: die is in 1737 geplant. Ze kunnen heel oud worden, vooral in China en Japan staan oude exemplaren. Sterk zijn ze ook, ze doen het prima in grote steden met veel luchtvervuiling. In Japan staan ze vaak bij tempels, men bindt daar een rijstkoord om de stam om boze geesten op een afstand te houden. Ze hebben ook een mooie heldergele herfstkleur.

De Duitse schrijver en dichter Wolfgang von Goethe was een groot liefhebber van de Ginkgo. Hij schreef er gedichten over en stuurde zijn vriendinnen Ginkgoblaadjes. In Weimar, waar Goethe lange tijd woonde, staat zelfs een Ginkgomuseum!

Ga naar alle wandelingen